Met ruimtelijke kwaliteit wordt een omgeving of een bouwwerk bedoeld met de juiste mix van een hoge gebruikswaarde, belevings­waarde en toekomst­waarde. Dit houdt in dat het gebied of bouwwerk optimaal gebruikt kan worden voor het beoogde doel, robuust en duurzaam is, en daarbij aangenaam en aantrekkelijk is om te zien.


Matrix ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke Kwaliteit Economisch belang Sociaal belang Ecologisch belang Cultureel belang
Gebruikswaarde

Bereikbaarheid

Stimulerende effecten

Gecombineerd gebruik

Toegang

Eerlijke verdeling

Inbreng

Keuzemogelijkheden

Externe veiligheid

Schoon milieu

Water in balans

Ecologische structuur

Keuzevrijheid

Culturele

verscheidenheid

Belevingswaarde

Imago/uitstraling

Aantrekkelijkheid

Gelijkwaardigheid

Verbondenheid

Sociale veiligheid

Rust en ruimte

Schoonheid der natuur

Gezonde leef­omgeving

Eigenheid

Schoonheid der cultuur

Contrastrijke omgeving

Toekomstwaarde

Stabiliteit en flexibiliteit

Agglomeratie

Gebundelde aantrekkelijkheid

Iedereen aan boord

Sociaal draagvlak

Ecologische voorraden

Gezonde ecosystemen

Landschap

Erfgoed

Integratie

Culturele vernieuwing

Wat is nodig voor ruimtelijke kwaliteit?

Vaak wordt gezegd dat ruimtelijke kwaliteit niet zozeer gaat over 'mooi' maar over 'goed'. Ruimtelijke kwaliteit ontstaat niet vanzelf. Sterker nog: als je niets doet, verdwijnt het.

Daarom wordt in deze gids ook aandacht besteed aan ontwerpstappen en processtappen van eerste idee naar visie, concept, planvorming en uitvoering. Onderliggend idee is dat als plannenmakers in een vroeg stadium de verschillende disciplines en (ontwerp) deskundigheid bij het proces betrekken, dat plannen beter worden en dat landschap en erfgoed daar bij gebaat zijn.

Ontwerpstappen

  1. Zorg dat ruimtelijke kwaliteit en ontwerpend onderzoek vroegtijdig op de agenda van de opgave komen.
  2. Formuleer een heldere probleemstelling/centrale vraag.
  3. Analyseer de locatie/ het gebied en de directe en verdere omgeving; maak een heldere, beeldende, integrale ruimtelijke-functionele analyse op verschillende schaalniveaus (stedenbouwkundig, landschappelijk, cultuurhistorisch etc.). Ken kwaliteiten en diskwaliteiten toe en werk van grof naar fijn. Schets de beleidsuitgangspunten van andere belangen die van invloed zijn op het ontwerp. Denk aan functionele belangen, zoals bijvoorbeeld bereikbaarheid of veiligheid. Denk ook aan koppelkansen vanuit energie en duurzaamheid: hiervoor kan de website 'Ambitieweb duurzaam GWW' gebruikt worden.
  4. Check op politieke gevoeligheid en de daarmee samenhangende vereisten.
  5. Maak een visie op hoofdlijnen; dit is het verhaal onder het ontwerp, de bovenliggende landschaps-/ stedenbouwkundige visie die richting geeft aan de wijze waarop de plannen verder moeten worden uitgewerkt. Het verhaal waarom er voor deze locatie is gekozen en wat specifieke belangrijke punten zijn uit de analyse.
  6. Verbeeld de visie met een of meerdere heldere concepten.
  7. Vertaal de visie in concrete ontwerpuitgangspunten, dit zijn zaken die van belang zijn bij het maken van het (deel) ontwerp. Geef ook andere randvoorwaarden aan, zoals financiële- en beheersaspecten.
  8. Maak het ontwerp, of laat een ontwerp maken op basis van bovenstaande punten.
  9. Formuleer richting uitvoering concrete randvoorwaarden zoals bijvoorbeeld voorschriften voor bebouwing, openbare ruimte, profielen, kleur- en materiaalgebruik.
  10. Controleer het ontwerp op financiële haalbaarheid en beheersaspecten.
  11. Check of het ontwerp past in de visie op hoofdlijnen van stap 5.
  12. Hanteer de stappen niet te star en herhaal het stappenplan als het proces vastloopt, zorg dat er bij aanpassingen van het ontwerp altijd een helder verhaal onder het ontwerp blijft liggen.
Website Aanpak Duurzaam GWW

Processtappen

Elk project, elke locatie is uniek en heeft zijn eigen opgaven, kenmerken, belangen en spelers. Het is lastig te voorspellen hoe het eindresultaat eruit gaat zien, nog los van hoe het gebruikt en beleefd gaat worden. Werken met ruimtelijke kwaliteit betekent hierop anticiperen en kan meer concreet worden gemaakt door het sturen op een goed ontwerpproces en het duidelijk definiëren van de rol van ruimtelijke kwaliteit in de verschillende processtappen.

Hiernavolgend zijn de zes processtappen (de fasen van projectmanagement) nader uitgewerkt, toegelicht en van tips en trucs voorzien: initiatief, definitie, ontwerp, voorbereiding, realisatie, nazorg.

Hoe eerder in een planproces ruimte is voor lokale eigenschappen, eigenaardigheden en verhalen, hoe meer kwaliteitswinst en draagvlak er kan worden geboekt. De verhalen, identiteiten en geschiedenis van de plek zijn daarbij van groot belang. Niet altijd kunnen ze integraal meegenomen worden, maar ze kunnen wel een plek krijgen in het proces.

De rol van ruimtelijke kwaliteit in een gebiedsproces is in vele gevallen vergelijkbaar met andere procesonderdelen en -thema's die goede ontwikkelingstrajecten nodig hebben om te komen tot haalbare en gedragen resultaten. Voorbeelden zijn vroegtijdige betrokkenheid van stake- en share­holders, het schakelen tussen schaalniveaus, het gelijk optrekken van 'rekenen en tekenen', het gezamenlijk vastleggen ambitiedocumenten en het (bestuurlijk) vieren en markeren van bijzondere mijlpalen.

1. Initiatieffase

In de initiatieffase wordt de opdracht geformuleerd in de vorm van ambities, doelen en resultaten. Om de opgave scherp te krijgen is het zogenaamd ontwerpend onderzoeken een handige tool. Hiermee worden de ontwerpgave, de alternatieven en de varianten onderzocht, zonder direct naar een definitieve oplossing of strakke randvoorwaarden toe te werken. Dit biedt ruimte aan enthousiasme en (onverwachte) ideeën van betrokken partijen in de ontwerpfase. Ontwerpopgaven kunnen in deze fase nog tegenstrijdig zijn. Vertrouw op het oplossend vermogen van een goed ontwerp(proces).

Het proef­ondervindelijk schetsen, tekenen en soms al rekenen op verschillende schaalniveaus werkt verhelderend richting definitiefase. Het gaat hierbij niet alleen om het identificeren van de juiste opgave, maar ook om het in kaart brengen van de spelers en hun belangen. Een helder beeld van de betrokken partijen en eindgebruikers, verstevigd de gewenste gebruiks-, belevings- en toekomstwaarden.

Tips:

* Maak ruimte voor een uitgebreide inventarisatie en analyse, betrek vele partijen hierbij en maak gebruik van lokale kennis waardoor er een soort van collectief geheugen ontstaat rondom opgaven en waarden.

* Overleg met uitvoerders en beheerders hoe en wanneer zij betrokken willen zijn in het proces om te voorkomen dat 'oplossingen' worden bedacht die niet realiseerbaar of beheersbaar zijn.

* Voorkom vroegtijdige discussie over bevoegdheden en verantwoordelijkheden; echte integrale en duurzame oplossingen kenmerken zich door brede taakopvattingen, co-producties en gedeelde verantwoordelijkheden.

2. Definitiefase

Om doelstellingen en ambities gedurende het gehele proces te waarborgen is het belangrijk dat partijen zich hieraan committeren door gezamenlijk heldere kaders op te stellen. De definitiefase levert hiervoor een projectplan, een plan van aanpak of een programma van eisen op. Wie gaat wat op welke wijze doen. Overigens hoeven betrokken (en politiek/bestuur) het niet eens te zijn over wat ruimtelijke kwaliteit is, wel over de noodzaak dit na te streven.

Datgene wat in de initiatieffase aan de orde was komt terug, maar concreter, strakker omlijnd en scherper bepaald. Kies hierbij voor een belangrijke en continue plek van ontwerp in het proces. Eventueel kunnen ontwerpopgaven worden vastgesteld en wordt bepaald hoe uitvoering en beheer bij het proces worden betrokken.

Tips

* In deze fase is verwachtingenmanagement belangrijk om teleurstellingen achteraf te voorkomen. Wees bijvoorbeeld duidelijk over geldende randvoorwaarden op juridisch-bestuurlijke, financiële of andere gronden.

* Als tijdens de rit een welstands- of kwaliteitscommissie in beeld komt is dit het moment om alvast met hen te overleggen over uitgangspunten en aandachtspunten. Hiermee wordt dubbel werk voorkomen.

* Workshops/inspiratiesessies/verbeeldingen zijn handig om het plan van aanpak (en soms het probleem) echt scherp te krijgen.

3. Ontwerpfase

De ontwerpfase kenmerkt zich door verdieping van de opgave en de zoektocht naar inspirerende en duurzame oplossingen. Aan het einde van de ontwerpfase is het projectresultaat zichtbaar geworden in de vorm van onder meer visies, ontwerpen, masterplannen en inpassingsplannen. Daarbij gaan steeds meer projecten uit van co-creatie. Dit vraagt om andere ontwerpprocessen en procedures met meer flexibiliteit.

Het gezamenlijk vanuit verschillende disciplines en partners werken aan oplossingen en (deel)ontwerpen is dan ook een iteratief proces geworden: een continue schakelen tussen ambities en doelen, rekenen en tekenen, gebruik en beheer.

4. Extra tips

  • Neem langere termijn als horizon.
  • Praat over kwaliteiten op de langere termijn. Problemen van morgen komen vanzelf. Praten over kwaliteiten heeft een depolariserend effect. De discussie wordt gericht op wat mensen motiveert en ontroert, niet op wat ze ontmoedigt en ergert.
  • Betrek belanghebbenden vanaf het begin bij het denken.
  • Nodig vanaf het begin bij het denken en discussiëren personen uit van alle groepen belanghebbenden (de 4 b’s: boeren, bewoners, beheerders, bezoekers). Vraag hen mee te doen als stem uit en niet stem van de belangengroep. Deelnemers moeten vrij zijn hun eigen visie te geven, zonder hun achtergrond te hoeven verloochenen.
  • Organiseer kwaliteitsexcursies. Belanghebbenden laten anderen zien wat ze bedoelen met de door hen gewaardeerde kwaliteiten. Dat kan zowel in het eigen gebied als een voorbeeld elders zijn.
  • Interpreteer de matrix 'ruimtelijke kwaliteit' naar eigen inzicht. Gebruik de matrix als inspiratiebron en kader voor het formuleren van die ideeën en strevingen. Breng de verschillende onderdelen van de matrix tot leven door voorbeelden uit de eigen omgeving.
  • Ontwikkel een inhoudelijke agenda. Door ideeën en strevingen samen te voegen tot thema’s ontstaat een eerste, voorlopige inhoudelijke agenda voor planvorming. Gebruik deze agenda om bestaande programma’s en plannen te toetsen.
  • Maak niet te grote sprongen. Ruimtelijke kwaliteit is alleen duurzaam als het steunt op bewuste keuzen in een voorgaande fase. Visievorming duurt soms lang, zeker als het om nieuwe ideeën gaat. Door te snel van vage kwaliteitsdoelen te springen naar concrete uitvoeringsprojecten gaan vaak onderliggende strevingen verloren. Haalbaarheidsoverwegingen en sectorale doelen krijgen dan te snel de overhand in het denken.
  • Doorloop alle fasen ten minste drie keer.
  • Loop eerste een snel ‘rondje’ als denkoefening, met ideeën en beelden. Daarna komt de papieren ronde, met tekeningen, berekeningen en nota’s. Ten slotte komt de echte, materiële ronde, waarin beslissingen onherroepelijk zijn en de spa de grond in gaat.
  • Denk in alle fasen aan meervoudig ruimtegebruik. Voorbeelden: intensivering, functiecombinaties, verticaal bouwen/stapelen, dubbelfinancieren van projecten (rood-voor-groen etc), meer partijen bij uitvoering betrekken, stapelen van belangen (draagvlakverbreding), diversiteit gebruiksvormen vergroten, verlenging gebruiksduur.
  • Neem tijd voor kwaliteit. Werken aan de ruimtelijke kwaliteit van de toekomst kan letterlijk en figuurlijk niet op een achternamiddag plaatsvinden, maar vraagt om voldoende tijd, rust en een goed doordachte organisatie.
  • Laat supervisors kwaliteit op de voet volgen. Het proces van planning en uitvoering is lang en er kan veel mis gaan onderweg. Naast een vaak al aanwezige supervisor voor vormgevingszaken, kan ook worden gedacht aan supervisors die duurzaamheid en cultuurhistorie gedurende het gehele proces in de gaten houden.
Ontvang gratis de Kwaliteitsgids nieuwsbrief

Ontvang gratis de Kwaliteitsgids nieuwsbrief

Schrijf je in op onze nieuwsbrief & ontvang Kwaliteitsgids nieuwsbrief in je mailbox.